|
Inrichting
tuinen
Artikel 1
Op de hoeken van
de
scheidingslijnen
tussen de tuinen
moeten paaltjes
worden geplaatst.
Deze mogen
maximaal 80
centimeter boven
het maaiveld
uitkomen. Iedere
ondoorzichtige
vorm van
tuinafscheiding,
alsmede een
afscheiding
waarin glas of
prikkeldraad is
verwerk, is niet
toegestaan.
Beplantingen
langs de
scheidingslijnen
en de
tuinafscheidingen
mogen een
maximale hoogte
van 100
centimeter niet
te boven gaan,
tenzij de
schaduw van deze
beplanting
geheel op de
eigen tuin of
omliggende pad
valt.
Onderhoud tuinen
Artikel 2
Elke huurder is
verplicht te
zorgen dat de
weg en/of het
pad, grenzend
aan zijn/haar
tuin regelmatig
van onkruid
wordt gezuiverd.
Bij nalatigheid
kan het bestuur
voor rekening
van betrokkene
dit in orde
laten brengen.
Aanwijzigingen
van het bestuur
of leden van een
daartoe door de
algemene
ledenvergadering
ingestelde
commissie dienen
te worden
opgevolgd.
Opstallen
Artikel 3
1. Voor
het bouwen of
wijzigen van
opstallen e.d.
is schriftelijke
goedkeuring van
het
bestuur vereist. De voorgeschreven kleur van opstallen is
donkergroen of
donkerbruin. Tot uitvoering van bouwkundige activiteiten mag
pas worden
overgegaan, nadat daartoe schriftelijke toestemming van het
bestuur is
verkregen.
2. De
goedkeuring
dient
schriftelijk te
worden
aangevraagd bij
het bestuur,
onder
overlegging van een tekening.
3. De
goedkeuring zal
worden geweigerd,
indien de
aanvraag niet
voldoet aan de
bepalingen welke van overheidswege zijn gesteld met
betrekking tot
de bouw,
verbouw of plaatsen van een opstal.
4. a. Per
amateurtuinkavel
van 150 m2 mag,
aan de
noordzijde, een
tuinhuisje
worden
geplaatst overeenkomstig het model van het merk “Populaire
tuinschuren”ter
max.
grootte van 2 x 3 x 2,3 m (l x b x h). Het dak moet een
natuurlijke
uitstraling
hebben;
daken van plastic, golfplaten e.d. zijn niet toegestaan.
b. Maximale
afmeting van
permanente
luifels aan de
tuinschuur mag
maximaal 120 cm
bedragen met een totale breedte van maximaal de breedte van
de tuinschuur
zelf.
Voor de dakbedekking gelden dezelfde voorwaarden als genoemd
in artikel 4.
Voor
tijdelijke luifels moeten natuurlijke kleuren worden gebruikt.
Signaalkleuren
zijn
niet toegestaan. Aan de achterzijde van de tuinschuur is een
overkapping/luifel
niet
toegestaan.
c. Pergola’s
mogen maximaal
250 cm bedragen
exclusief een
eventueel
permanente
luifel en moeten een natuurlijk karakter hebben (indien u een
permanente
luifel heeft
mag de pergola 130 cm zijn.
d. Terrassen
mogen maximaal
300 cm bedragen
ter breedte van
de tuinschuur
zelf. De
afscheiding mag niet ondoorzichtig zijn.
5. De afstand
tot de
scheidingslijn
aan de
noordzijde van
de kavel moet
tenminste
1 meter bedragen.
Artikel 4
1.
Broeibakken
mogen worden
gemaakt van
beton, hout of
van een modern
materiaal
en worden afgedekt met éénruiter, mits voorzien van een
natuurlijke
uitstraling en
alleen indien geen andere kleur dan donkergroen of
donkerbruin
wordt gebruikt.
2. De afstand
tot de
scheidingslijnen
moet tenminste
50 cm bedragen
en de hoogte mag
maximaal 50 cm boven het maaiveld uitkomen.
3. Per 150 m2
tuin mag
maximaal 6 cm2
aan broeibak
aanwezig zijn.
Artikel 5
1. Broeikassen
mogen slechts
worden gebouwd
na verkregen
schriftelijke
toestemming
van het bestuur.
2. De maximale
afmetingen zijn
3 x 2 2,3 (l x b
x h)
3. De afstand
tot de
scheidingslijn
moet tenminste 1
meter bedragen,
mits dit niet
hinderlijk voor de omgeving is.
4. De wanden
dienen van glas
vervaardigd en
doorzichtig te
zijn
5. 5. Per 150 m2
mag maximaal één
broeikas
aanwezig zijn
6. Indien
geverfd spanten
en stijlen geen
andere kleur dan
donkergroen of
donkerbruin.
Algemene
verplichtingen
verhuurder
Artikel 6
De
huurders zullen
zich op het
tuincomplex
onthouden van:
a. het opslaan
van goederen,
afvalmaterialen
e.d.
b. het hebben
van auto’s,
autowrakken,
boten, caravans,
kampeerwagens of
dergelijke
voertuigen
c. het houden
van dieren
d. het graven
van greppels in
of langs wegen
e.d
e. handel
drijven
f. het werpen
van vuilnis of
afval buiten hun
tuin; eveneens
is het verboden
afval op
het parkeerterrein of op de aarden wal voor het toegangshek te
deponeren
g. het verbreken
of beschadigen
van afrastering
of het
verplaatsen van
grenspalen
h. het betreden
van andermans
tuin zonder
zijn/haar
toestemming.
Hiervan zijn
uitgezonderd de leden van het bestuur of daartoe nader te
bepalen andere
bevoegden.
i. Het onnodig
berijden van de
wegen met auto’s
of andere
voertuigen
j. Het hebben
van mesthopen of
–putten, zonder
dat deze aan het
oog zijn
onttrokken
k. Het opbrengen
van grind en/of
puin op de tuin
l. Het gebruik
van asbest
Artikel 7
Naast hetgeen in
andere artikelen
is genoemd is
het de leden van
het complex
verboden:
a. Honden on-aangelijnd
te laten lopen
anders dan op de
eigen tuin
b. Spelen te
beoefenen
c. Geluiden ten
gehore te
brengen die de
rust verstoren
d. Te
overnachten
e. Kinderen
zonder toezicht
op de tuin te
laten verblijven
of zich elders
op het
complex te laten bevinden
f. Het laten
spelen van
radio’s
g. Het stoken
van open vuur
h. De toegang
tot het terrein
met de auto in
de periode van 1
november tot en
met 1
maart is uitsluitend mogelijk indien een sleutel bij één van
de bestuursleden
of bij
daartoe door het bestuur aangewezen personen opgevraagd,
opgehaald en na
gebruik weer teruggebracht wordt.
Watervoorziening
Artikel 8
1. Er
bevinden zich op
het tuincomplex
langs het
hoofdpad
waterpompen voor
gemeenschappelijk gebruik
2. Het gebruik
van moterpompen
is slechts
toegestaan vóór
10 uur en ná
20.00 uur.
Algemene
bepalingen
Artikel 9
De leden
dienen de
aanwijzingen van
het bestuur
en/of de daartoe
door het bestuur
of de algemene
ledenvergadering
aangewezen
leden, stipt op
te volgen
Artikel 10
De leden zijn
aansprakelijk
voor al hetgeen
door hen op het
complex
verblijvende
gezins- of
familieleden of
gasten in strijd
met reglementen
of bepalingen,
wordt verricht.
Artikel 11
Voor de
handhaving van
dit reglement
hebben tenminste
twee
bestuursleden
en/of door het
bestuur
gemachtigden,
het recht te
allen tijde de
tuinen te
betreden,
althans hen mag
de toegang niet
worden geweigerd.
Artikel 12
In gevallen
waarin dit
reglement niet
voorziet, zal
het bestuur de
nodige
maatregelen
nemen, onder
nadere
goedkeuring van
de
ledenvergadering.
Artikel 13
Het niet nakomen
van de
bepalingen van
dit reglement
en/of het niet
opvolgen van de
aanwijzingen van
het bestuur kan
tot gevolg
hebben dat
Artikel 8 lid 6
van de Statuten
(ontzetting uit
het lidmaatschap)
onverwijld wordt
toegepast.
Artikel 14
Aanvulling of
wijzigingen van
dit reglement
hebben plaats,
indien de
ledenvergadering
daartoe besluit
met gewone
meerderheid van
stemmen.
Vastgesteld
en goedgekeurd
op de algemene
ledenvergadering
d.d. 12 maart
2002
|